Hier vind je een uitgebreide lijst met mogelijke vragen die je jezelf kan stellen, geordend per onderwerp.

1. Observeren

πŸͺž Welke gedachte komt nu bij me op?

πŸͺž Wat deed ik zonder er bij na te denken?

πŸͺž Door welke gedachte werd ik afgeleid?

πŸͺž Waar had ik weerstand tegen?

πŸͺž Wat vond ik moeilijk vandaag?

πŸͺž Wanneer voelde ik spanning opkomen bij mezelf?

πŸͺž Hoe reageerde ik op iets wat gebeurde?

πŸͺž Welke gedachte over mezelf kwam spontaan bij me op?

πŸͺž Wat kon ik moeilijk loslaten?

πŸͺž Als ik iets kon veranderen aan mezelf, wat zou dat dan zijn?

πŸͺž Welke dingen zou ik graag makkelijker willen kunnen?

πŸͺž Waarmee kan ik mezelf morgen een plezier doen?

2. Voelen

πŸͺž Welke fysieke signalen gaf mijn lichaam vandaag? 

πŸͺž Op welk moment van de dag had ik het meeste energie?

πŸͺž Wat ontdekte ik vandaag over mezelf dat ik nog niet wist?

πŸͺž Hoe reageerde mijn lichaam op een stressvolle situatie?

πŸͺž Wat gebeurt er met me na een drukke dag?

πŸͺž Op welke manier kon ik ontspannen?

πŸͺž Wat vond ik moeilijk om Γ©cht te voelen?

πŸͺž Wanneer reageerde ik vanuit mijn emoties?

πŸͺž Welke gevoelens/lichamelijke signalen kon ik zelf (geen) beΓ―nvloeden?

πŸͺž Wat heb ik nu nodig?

πŸͺž Hoe zou ik me willen voelen?

πŸͺž Welk gevoel wil ik nog verder onderzoeken?

3. Perspectief

πŸͺž Welke gedachte kwam meermaals terug? 

πŸͺž Wat vulde mijn hoofd automatisch in?

πŸͺž Bij welke situatie hielp het om even in of uit te zoomen?

πŸͺž Waarover voelde ik mij verontwaardigd?

πŸͺž Waarvan probeerde ik iemand anders te overtuigen?

πŸͺž Op welke manier voelde ik dat iets 'juist' was?

πŸͺž Waar vond ik geen oplossing voor vandaag?

πŸͺž Wat verandert er als ik een beetje uitzoom?

πŸͺž Waarop reageerde ik anders dan de mensen om me heen?

πŸͺž Hoe kan ik mijn situatie anders bekijken?

πŸͺž Wat zou ik graag kunnen geloven?

πŸͺž Welke dingen wil ik makkelijker maken voor mezelf?

4. Intentie

πŸͺž Waarover (dag)droom ik soms? 

πŸͺž Wat miste ik vandaag?

πŸͺž Waar werd mijn aandacht vanzelf naartoe getrokken?

πŸͺž Wat voelde te mooi om waar te kunnen zijn?

πŸͺž Waardoor werd ik vandaag verrast?

πŸͺž In welke situatie voelde ik me veilig?

πŸͺž Op welk moment vond ik mezelf naΓ―ef of goedgelovig?

πŸͺž Wat is mijn automatische reactie wanneer ik iets graag wil?

πŸͺž Welk doel lijkt momenteel onbereikbaar voor mij?

πŸͺž Wat zou ik doen als ik nergens bang voor was?

πŸͺž Welke toekomstdroom kan ik gewoon niet loslaten?

πŸͺž Wie zou ik willen zijn als ik mocht kiezen?

5. Comfort

πŸͺž Welke activiteit ging me makkelijk af vandaag? 

πŸͺž Wat gebeurde er waardoor ik in paniek raakte?

πŸͺž Voor welke dingen deed ik extra mijn best vandaag?

πŸͺž Waaraan herken ik 100% comfort in mijn lichaam?

πŸͺž Hoe voel ik wanneer ik overprikkeld ben?

πŸͺž Wat kostte me vandaag energie?

πŸͺž Op welke manier kom ik tot rust?

πŸͺž Waar kon ik niet op een ontspannen manier mee omgaan?

πŸͺž Welke gedachte over mezelf kan ik niet stopzetten?

πŸͺž Hoe wil ik proberen 1% meer comfort te creΓ«ren?

πŸͺž Wat zou er gebeuren als mijn grootste probleem ineens opgelost was?

πŸͺž Welke techniek wil ik voortaan inzetten om uit paniek (weer in comfort) te komen?

Scroll naar boven